Communicatiespeelgoed voor non-verbale kinderen

M
Mieke van der Berg
Speelgoedexpert & Kinderpedagoog
Speelkamer Inrichten & Opbergen · 2026-02-15 · 8 min leestijd

Stel je voor: je kind wil je iets vertellen, maar de woorden komen er niet uit.

Het gezichtje vertrekt, de armen gaan heen en weer, maar jij begrijpt het niet. En je kind snapt niet waarom jij het wél kunt zeggen. Dat is frustrerend. Heel frustrerend. Voor allebei. Gelukkig is er een wereld aan speelgoed die hierbij helpt.

Niet zomaar speelgoed, maar communicatiespeelgoed. Dit is speelgoed dat helpt om te praten zonder woorden.

Om te laten zien wat er in je hoofd speelt. Laten we eens kijken hoe je de speelkamer inricht met spullen die écht helpen.

Wat is communicatiespeelgoed eigenlijk?

Communicatiespeelgoed is simpelweg speelgoed dat kinderen helpt om hun gedachten, gevoelens en wensen te uiten. Het is er voor kinderen die (nog) niet of niet voldoende kunnen praten.

Denk aan kinderen met autisme, een taalontwikkelingsstoornis (TOS) of gewoon een flinke dosis verlegenheid.

Het draait allemaal om het vinden van een manier om contact te maken. Het is geen magie. Het is gewoon een hulpmiddel.

Net als een bril voor slechte ogen. Dit speelgoed geeft een kind een stem.

Soms met geluid, soms met een plaatje, soms met een druk op een knop. Het belangrijkste is dat het kind de controle krijgt. Zij kunnen laten zien: "Ik wil melk" of "Ik wil spelen". Dat is een wereld van verschil.

Waarom is dit zo belangrijk? Omdat het frustratie wegneemt.

Een kind dat niet kan zeggen wat het wil, gaat huilen of schreeuwen. Dat is niet vervelend bedoeld; het is nooduiting. Met het juiste speelgoed verdwijnt die nood.

Het kind voelt zich gehoord en jij begrijpt eindelijk wat er speelt. Dat versterkt de band enorm. Het is de basis voor verdere ontwikkeling.

De kern: van eenvoudig naar slimme technologie

Het begint allemaal bij de basis: pictogrammen. Dit zijn de bouwstenen van communicatie.

Je hebt ze in allerlei soorten. Simpele kaartjes met plaatjes van een appel, een bal of een bed.

Een kind kan aanwijzen wat het wil. Dit heet een 'keuzebord'. Het is een oud, maar goud waard. Je kunt dit makkelijk zelf maken, maar kant-en-klare systemen zijn vaak steviger en duidelijker.

Een bekend systeem hierbij is 'Picture Exchange Communication System' (PECS). Daar zijn speciale mappen voor te koop, zoals de PECS-communicatiemap.

Die kost zo'n €40 tot €60. Je kind leert eerst één kaartje te geven voor een voorwerp. Later leert het zinnen maken door kaartjes te plakken op een rij.

"Ik wil" + "appel" + "eten". Het is een logische stap-voor-stap methode.

Dan heb je de volgende stap: communicatie-apps. Dit zijn speciale programma's op een tablet.

Je kind drukt op een plaatje, en de tablet zegt het woord hardop. Dit heet een AAC-app (Augmentative and Alternative Communication). Een heel bekende app is 'Proloquo2Go'.

Die is wel prijzig, rond de €250. Maar je krijgt er een volledige spraakcomputer voor.

Er zijn ook goedkopere apps, zoals 'Avaz' (ongeveer €15 per maand) of gratis(re) opties zoals 'Cboard' (maar die zijn vaak minder uitgebreid).

Speciale spraakcomputers zijn de zwaardere varianten. Dit zijn robuuste tablets die tegen een stootje kunnen.

Denk aan de Tobii Dynavox. Dit is professionele apparatuur. De prijzen liggen hier vaak boven de €1000. Deze toestellen zijn speciaal ontworpen voor kinderen en volwassenen die niet met een normale tablet overweg kunnen. Ze hebben een sterke behuizing en speciale toetsen.

Varianten en modellen: wat werkt voor wie?

De keuze hangt af van je kind en je budget. Laten we de opties op een rij zetten. We beginnen met de goedkoopste en eenvoudigste opties.

Dit zijn vaak de beste om mee te beginnen. Je wilt geen duur apparaat kopen als je kind nog moet wennen aan het concept.

  1. De klassieke pictogrammen: Een set kaartjes van stevig karton. Merken zoals 'PECSON' of 'Zichtbaar leren' verkopen losse sets. Een set van 100 kaartjes kost ongeveer €15 tot €25. Je kunt ze in een mapje doen of op een wandbord plakken. Zeer laagdrempelig.
  2. De communicatie-kaarten van Lunii: Lunii maakt prachtige interactieve verhalen. Hoewel het vooral verhaal-speelgoed is, helpt het bij het begrijpen van opeenvolging. De 'Lunii Fabrique à Histoires' kost rond de €60. Het is een mooi startpunt voor sequencing.
  3. De BigMack: Dit is een simpele spraakknop. Je kunt er een geluid op opnemen. Een kind drukt erop en het geluid (of woord) komt eruit. Handig voor een simpele vraag of een grap. Zo'n knop kost ongeveer €35. Je kunt er meerdere kopen en ze koppelen.
  4. De iPad met app: De meest flexibele optie. Een basis iPad (10.2 inch) kost ongeveer €350. Daar komt de software bij. Voor €50 tot €100 heb je een goede app die jaren meegaat. Dit is vaak de keuze voor gezinnen die veel functionaliteit willen in één apparaat.
  5. De 'Go-Talk' of lichtere spraakcomputers: Dit zijn toestellen met meerdere knoppen (5 of 9). Ze zijn lichter en goedkoper dan de professionele Tibi's. De Go-Talk 9+ kost rond de €150. Je kunt geluiden opnemen per knop. Makkelijk voor op school of onderweg.

Er zijn ook 'talking tiles' of communicatie-stenen. Dit zijn dikke, zachte knoppen die je overal neer kunt leggen.

Ze zijn vaak waterdicht en makkelijk schoon te maken. Ideaal voor in de speelhoek. Merken zoals 'Learning Resources' hebben hier goede opties in, vaak rond de €20-€30 per stuk.

Je kunt ze uitbreiden naarmate je kind meer woorden leert. Denk ook aan interactieve boeken.

Boeken waarbij je op een plaatje drukt en het boek het woord zegt. De 'Talking Pen' boeken van uitgeverijen zoals 'Zwijsen' zijn hier goed in. Een pen kost ongeveer €25, en de boeken zijn vaak €15 tot €20. Dit combineert lezen met spreken op een speelse manier.

De werking: hoe leer je je kind ermee omgaan?

Het werkt alleen als jij het zelf ook gebruikt. Je kind kijkt naar jou.

Als jij de pictogrammen alleen maar opruimt en nooit gebruikt, doet je kind dat ook. Je moet het modelgedrag laten zien.

Dus, als je melk geeft, pak je het kaartje 'melk' en leg je het op tafel. Je zegt erbij: "Melk". Herhaling is de sleutel. Begin klein.

Hang niet meteen de hele muur vol met plaatjes. Kies 4 tot 6 belangrijke dingen uit die je kind leuk vindt of vaak nodig heeft.

Denk aan: drinken, eten, spelen, slapen, toilet, en pijn/ongemak. Deze 'basis-6' is vaak genoeg om de frustratie al flink te verlagen. Breid het langzaam uit.

Gebruik de 'ik wil' methode. Maak een aparte sectie met het plaatje 'ik wil'.

Dit plaatje zet je vooraan. Daarna komt het plaatje van de actie.

'Ik wil' + 'bal'. Je kind leert zo de grammatica van een zin, ook al spreekt het nog niet. Dit helpt bij het structureren van gedachten.

Het is een basisvaardigheid voor taal. Speel erbij.

Maak er geen les van. Gebruik het speelgoed tijdens het spelen.

Bouw je met blokken? Leg het kaartje 'bouwen' erbij. Is het klaar?

Leg het kaartje 'klaar' erbij. Je koppelt het woord direct aan de actie. Dit is hoe kinderen leren: door te doen en te ervaren. Het moet leuk zijn, geen druk.

Wees geduldig. Soms duurt het even voordat een kind doorheeft dat het de kaartjes kan gebruiken.

Soms grijpt het mis. Soms gooit het de kaartjes om. Blijf rustig. Blijf aanbieden. Zonder druk. Gewoon laten zien dat het kan.

Het moment dat je kind voor het eerst zelf een kaartje pakt en aan je geeft, is magisch. Dat is het doel.

Praktische tips voor de inrichting van de speelkamer

Wil je communicatiespeelgoed integreren in de speelkamer? Zorg dat het op ooghoogte en binnen handbereik komt.

Een kind moet er makkelijk bij kunnen, bijvoorbeeld vanaf zachte kleurrijke tapijttegels in de kinderkamer. Hang een wandbord op met de pictogrammen en gebruik een 'velcro' wand.

Kaartjes blijven plakken en zijn makkelijk te verplaatsen. Dit maakt het interactief.

Zorg voor een duidelijke plek. Richt een 'communicatie-hoek' in.

Dit hoeft niet groot te zijn; een klein kleedje en een bakje voor de losse kaartjes is al genoeg. Dit past ook goed bij een minimalistische kinderkamer met minder speelgoed. Zorg dat de items die horen bij de kaartjes in de buurt staan, zodat je kind het verband direct ziet.

Gebruik kleurcodes. Veel systemen gebruiken kleuren.

Groen voor eten, rood voor stoppen, blauw voor drinken. Houd dit consistent. Dat helpt je kind om snel te scannen. Het herkent de kleur eerder dan het plaatje.

Dat is sneller en makkelijker voor een kind dat moeite heeft met details.

Maak het persoonlijk. Gebruik foto's van het eigen speelgoed in plaats van standaard plaatjes. Voor sommige kinderen is een foto van hun eigen auto veel duidelijker dan een tekening van een auto.

Dit kost wat tijd om te maken, maar het werkt vaak veel beter.

Je kunt dit lamineren voor stevigheid. Houd het bij. Spreek met jezelf af dat je elke dag even tijd neemt.

Vijf minuten intensief communiceren met het speelgoed is beter dan een half uur afgeleid. Kwaliteit boven kwantiteit. Zorg dat de batterijen van de spraakknoppen altijd vol zijn.

Niets is frustrerender dan een lege batterij op het moment dat je kind wil praten.

Check de prijzen goed. Speelgoed wordt soms online aangeboden via Marktplaats of speciale groepen voor ouders. Veel communicatiespeelgoed is duur, maar tweedehands of als robuust speelgoed voor een kinderfestival vaak voor de helft van de prijs te vinden. Zoek naar 'Talker' of 'AAC' in de zoekbalk.

Je bespaart veel geld en het werkt net zo goed. En tot slot: vier de successen.

Elke keer dat je kind een woord 'zegt' met het speelgoed, is een overwinning. Laat merken dat je het hoort. Reageer enthousiast. Dat motiveert je kind om weer te proberen. Zo bouw je aan een toekomst waarin praten, op welke manier dan ook, leuk is.

Volgende stap
Lees het complete overzicht
Speelgoedkist met deksel: Veilig en overzichtelijk →
M
Over Mieke van der Berg

Mieke van der Berg is kinderpedagoog en schrijft al 8 jaar over speelgoed, kindsontwikkeling en slimme cadeau-ideeën. Ze combineert wetenschappelijke kennis met praktisch ouderadvies.